Frans Pennings

Wijzigingen WW en gevolgen

 

1. Titel van het voorstel

 

 

Juridische en economische aspecten en gevolgen van wijzigingen in werkloosheidsregelingen sinds 1986

 

Onderzoek naar de ontwikkelingen in de WW en verwante regelgeving en de effecten daarvan

 

De WW en daarop gebaseerde regelingen zijn sinds de aanname ervan in 1986 veelvuldig veranderd. Daarmee werd beoogd om, afhankelijk van de situatie, o.a.  de instroom van het aantal uitkeringsgerechtigden  te beperken, de uitstroom  te bevorderen, het aannemen van werk te bevorderen, of de werking van de arbeidsmarkt te vergemakkelijken.

Voor deze wijzigingen kunnen  verschillende instrumenten ingezet  worden, waaronder wijziging van de duur en hoogte van de uitkeringen,  verhoging van de  toegangsdrempels of uitkeringsvoorwaarden en verscherping van de straffen.   Denk aan de verscherping van het aantal weken dat gewerkt moet worden, de Wet Boeten die de sancties verscherpte, de invoering van de vervolguitkering en de afschaffing ervan, en de verkorting  van de uitkeringsduur

In dit onderzoek wordt onderzocht welke instrumenten precies voor welk doel zijn gekozen en welke effecten die instrumenten hebben gehad. Zijn de doelstellingen bereikt? En zijn er wellicht neveneffecten, bijvoorbeeld die de doelstellingen tegengewerkt hebben?

Dit onderzoek wordt uitgevoerd door allereerst literatuuronderzoek naar veranderingen, zoals wijziging van de duur en sancties. Daarnaast wordt ook bij  een aantal hoofdwijzigingen empirisch onderzoek verricht, hetgeen belangrijk zal bijdragen aan inzicht in hoe de verschillende sturingsinstrumenten werken.

Voor dit doel worden het juridisch en economisch onderzoek dat wordt verricht goed op elkaar afgestemd en wordt ook de tijdsplanning goed op elkaar afgestemd, zodat informatie vanuit het juridisch perspectief goed aansluit bij het economisch perspectief.

Daarom worden er drie hoofdonderdelen gepland en uitgevoerd:

1.        Instrumenten bedoeld voor wijziging in de instroom in en uitstroom uit de WW (waaronder wijziging van hoogte en duur,  referte-eisen, financieringsregelingen)

2.        Instrumenten bedoeld ter beïnvloeding van het arbeidsmarktgedrag (waaronder bepalingen betreffende verwijtbare werkloosheid en sancties en boeten)

3.        Neveneffecten (waaronder instroom in Wet werk en bijstand en IOAW door mensen die geen   recht (meer) hebben op een WW-uitkering).

De jurist zal nagaan welke doelstellingen de onderscheiden wijzigingen hebben gehad, o.a. in parlementaire stukken, Raad van State-adviezen en SER-rapporten, en wetenschappelijke literatuur. Hij of zij zal ook nagaan hoe de rechter gereageerd heeft op de  wijzigingen, en zal de bevindingen in een analytisch kader presenteren, waarin de gevolgen voor de verschillende stakeholders helder worden (werknemer, werkgever, Uwv, etc).

De econoom zal kwantitatieve econometrische analyses uitvoeren op databestanden en hij of zij zal ook focusgroepgesprekken voeren om dor middel van kwalitatief onderzoek de reacties van werkgevers te meten, waaronder welke problemen werkgevers ervaren, welke alternatieven er zijn en hoe ze tegen de WW aankijken.

De jurist en de econoom zullen steeds elkaars bevindingen met elkaar confronteren en een samenhangend rapport hierover opstellen.

Uiteindelijk leidt dit tot een analyse van de instrumenten en tot aanbevelingen. Zo  komen we meer te  weten over de sturingsinstrumenten  en de effecten ervan, en dit zal ook leiden tot conclusies uit de lessen die we hieruit kunnen leren en aanbevelingen.

Gedurende het project zullen de onderzoekers jaarlijks een workshop houden met hun bevindingen en rapporteren over hun resultaten. Ook zullen ze vak- en wetenschappelijke publicaties hierover publiceren.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door  leiding van prof mr Frans Pennings en prof Joop Schippers (Universiteit Utrecht.